Datakwaliteit in Google AdsWaarom Google AI niets kan zonder goede data
Google noemt het Data Strength: hoe volledig, verbonden en actueel je eigen data zijn op het moment dat ze bij Google's biedsystemen aankomen. De gedachte erachter is simpel en klopt. Een algoritme dat moet voorspellen welke klik geld oplevert, kan dat alleen op basis van wat het over eerdere klikken weet. Geef het minder, en het gokt meer.
Twee dingen zeg ik er meteen bij. Dit framework komt van Google en het adviseert je om meer data naar Google te sturen, dus lees het als wat het is. En een deel ervan geldt hier niet: voor een Nederlandse adverteerder ziet deze lijst er anders uit dan voor een Amerikaanse, en dat verschil staat niet vooraan in Google's eigen materiaal.
Wat Google met Data Strength bedoelt
Google omschrijft het zelf als "a foundational pillar of modern marketing, centered on building a trusted decision engine with first-party data". Ontdaan van de verpakking: zorg dat je eigen klantdata compleet en verbonden bij ons aankomen, dan kan onze AI beter bieden.
Het is geen nieuwe functie maar een volgorde. Je koppelt je databronnen, je verrijkt wat daar aankomt met signalen, en die verrijkte data laat je vervolgens gebruiken voor attributie, doelgroepen en biedingen. Google heeft daar inmiddels een eigen product voor, Data Manager, en een API om het geautomatiseerd te doen.
De onderliggende bewering is goed te volgen: automatisch bieden werkt op patronen, en een patroon dat op halve data is gebouwd, voorspelt half. Dat is niet marketing, dat is hoe het werkt. Waar ik voorzichtiger word, is bij de stap van "meer data helpt het model" naar "meer data levert jou geld op". Die tweede is een aanname en die moet je zelf meten.
Bronnen: Google Ads Help over Data Strength, Google over de Data Manager API en Google's eigen aankondiging.
Waarom je meting is gaan lekken
Het probleem dat dit framework wil oplossen is niet verzonnen. Sinds een paar jaar komt er van elke honderd conversies een deel niet meer aan in je advertentieaccount, en dat heeft zes verschillende oorzaken die je los van elkaar moet aanpakken.
Die oorzaken zijn de moeite van het onderscheiden waard, want ze raken je op verschillende plekken. Verlies van derdepartij-cookies en van tagdekking treft alles. Verlies van de Google Click ID raakt je vooral op Search en nauwelijks op YouTube, terwijl het wegvallen van app-signalen door Apple's toestemmingsvraag precies omgekeerd uitpakt. En toestemmingsverlies, de grootste in Nederland, raakt elke conversie waarvoor toestemming nodig is.
Wat er in de praktijk gebeurt, is dat je rapportage minder gaat tonen dan er werkelijk gebeurt, en dat het algoritme op dat onvolledige beeld leert. Dat is een ander probleem dan "ik zie te weinig conversies". Je ziet niet alleen minder, je koopt ook slechter in, omdat het systeem verkeerde conclusies trekt over wie waardevol is.
De signalen die Google wil hebben
Google verdeelt ze in drie groepen: signalen over de advertentie-interactie, signalen over de klant, en signalen over de transactie. Negen in totaal, met per signaal een aanduiding van hoe belangrijk Google het vindt.
De interactiesignalen gaan over het terugvinden van de klik. De Google Click ID is daarvan de belangrijkste, en de gbraid- en wbraid-parameters zijn het alternatief voor het geval die ID er niet is. Dat vangnet bestaat niet voor niets: juist die ID raakt het hardst door browserbeperkingen.
De klantsignalen zijn de gevoeligste groep, en daarover gaat de volgende sectie. De transactiesignalen zijn de saaiste en tegelijk de makkelijkste winst: een uniek transactienummer voorkomt dat dezelfde verkoop dubbel wordt geteld, en het doorgeven van de werkelijke orderwaarde is het verschil tussen bieden op "een conversie" en bieden op omzet.
Over de klantsignalen circuleert één cijfer dat je vaak zult zien: enhanced conversions zou een mediane stijging van 5 procent op Search en 17 procent op YouTube opleveren. Dat cijfer komt van Google zelf, en zo hoort het gelezen te worden. Het is geen onafhankelijke meting, het is de opgave van de partij die er beter van wordt als je meedoet. Dat maakt het niet onwaar, het maakt het een claim in plaats van een vaststelling.
Als je één ding uit deze lijst oppakt, neem dan de transactiewaarde. Een algoritme dat weet dat de ene order 40 euro was en de andere 400, kan iets doen wat het anders niet kan.
Wat hiervan in Nederland geldt
Hier wordt het interessant, en hier houdt Google's eigen materiaal op met duidelijk zijn.
Van de vier klantsignalen is er één die volgens het adverteerdersmateriaal van Google buiten de EER, het VK en Zwitserland hoort: het doorgeven van het IP-adres van de bezoeker. In datzelfde materiaal staat het IP-signaal als "hoog" aangemerkt, met die geografische voorwaarde erbij. Ik moet er eerlijk bij zeggen dat ik die beperking niet heb kunnen terugvinden in Google's publieke documentatie; ik ken hem uit adverteerdersmateriaal. Reken er dus op, maar behandel het niet als een gepubliceerd feit.
Omgekeerd is er één signaal dat hier juist zwaarder telt dan elders: de toestemmingsstatus. Google merkt die aan als "hoog voor de EER", en dat is logisch. Sinds 6 maart 2024 is Consent Mode v2 verplicht als je Google's advertentiediensten gebruikt, en zonder toestemming komt er van een bezoeker geen conversiesignaal door. Dat maakt je cookiebanner geen juridische bijzaak maar een meetinstrument.
En er is sinds kort iets veranderd dat je framework-verhaal binnenstebuiten keert. Op 3 augustus 2026 is Google begonnen met het gebruiken van IP-adressen van bezoekers uit de EER, het VK en Zwitserland voor advertentiemeting en personalisatie. Die adressen had Google altijd al, voor het afleveren van verkeer; wat verandert is waar ze voor mogen worden gebruikt. Google registreert dat onder IAB Europe's Transparency and Consent Framework als "Feature 3", en dat hangt aan de personalisatiedoelen, waarvoor toestemming nodig is en niet een gerechtvaardigd belang.
Wat dat voor jou betekent: de grens tussen "meer signaal doorgeven" en "AVG-verplichtingen" bestaat niet. Het is één vraag. Toestemming is de poort waar al deze signalen door moeten, en dat is precies het onderdeel waar de meeste bedrijven het minst aandacht aan geven.
| Signaal | Advies van Google | In Nederland en de EER |
|---|---|---|
| IP-adres van de bezoeker | Hoog | Volgens Google's adverteerdersmateriaal geldt dit signaal buiten de EER, het VK en Zwitserland. Ik heb die beperking niet in de publieke documentatie kunnen terugvinden, dus reken erop maar behandel het niet als gepubliceerd feit. Los daarvan gebruikt Google sinds 3 augustus 2026 wél de IP-adressen die het zelf al heeft. |
| Toestemmingsstatus | Hoog voor de EER | Hier is dit geen optie maar de hoofdzaak. Consent Mode v2 is sinds 6 maart 2024 verplicht als je Google's advertentiediensten gebruikt, en van een bezoeker die niet kiest komt er geen conversiesignaal door. Je cookiebanner is hiermee een meetinstrument geworden. |
| Gehashte persoonsgegevens e-mail, telefoonnummer | Hoog | Technisch kan het en Google vraagt erom. Of het mag hangt af van de grondslag die je zelf moet kunnen aanwijzen, en dat is een vraag voor iemand met een juridische pet in plaats van voor je tagmanager. Begin er niet aan zonder dat antwoord. |
Google Click IDgclid, gbraid, wbraid | Hoog | Geldt onverkort en is de veiligste winst van de vier, want er komt geen persoonsgegeven aan te pas. Wel het signaal dat het hardst wegvalt door browserbeperkingen, en daar zijn de braid-parameters het vangnet voor. |
| Transactiewaarde | Medium | Geldt onverkort, en in de praktijk de snelste winst van deze hele lijst. Geen persoonsgegevens, geen toestemmingsvraag, en het verschil tussen bieden op aantallen en bieden op omzet. |
Bron: berichtgeving over de IP-wijziging van 3 augustus 2026. Wat er precies mag en op welke grondslag is een vraag voor je eigen jurist, niet voor een artikel.
De drie stappen, en waar het meestal stilvalt
Google vat het proces samen in drie stappen: koppel je databronnen, verrijk de signalen, activeer het geheel met AI. Daarna komt het bewijzen van de opbrengst.
- Koppelen. Website, app en aanvullende bronnen zoals je CRM en je offline verkoop in één plek samenbrengen.
- Verrijken. Die gekoppelde data aanvullen met de negen signalen uit de vorige sectie.
- Activeren. Het resultaat laten gebruiken voor attributie, doelgroepen en biedingen.
In de praktijk valt het bij stap één stil, en niet om technische redenen. Je CRM koppelen betekent dat iemand moet beslissen welke velden erin gaan, wie daarvoor verantwoordelijk is en op welke grondslag die data naar een advertentieplatform mogen. Dat is geen implementatievraag maar een organisatievraag, en daar gaat een technische handleiding niet over.
Mijn ervaring is dat bedrijven die stap twee overslaan en meteen naar stap drie willen, uiteindelijk terugkomen bij stap één. Dan heb je ondertussen wel een halfjaar op onvolledige data geboden.
Dit is precies het werk dat ik doe bij performance marketing, waar ik ook uitleg waarom ik advertentiebudget en mijn vergoeding apart houd.
Wil je het zelf nalezen, dan staat het bij Google zelf: hoe je databronnen koppelt in Data Manager, de aanbevelingen rond Data Strength en het instellen van enhanced conversions. Let bij dat laatste op de toestemmingsvraag uit de vorige sectie.
Hoe je bewijst dat het iets deed
Dit is de sectie waar ik het meest aan hecht, en die in Google's eigen samenvatting de kleinste balk krijgt.
Er staan drie methoden naast elkaar: attributie over kanalen heen, marketing mix modeling, en incrementaliteitstesten. Ze worden vaak in één adem genoemd, maar ze beantwoorden verschillende vragen en hebben verschillende blinde vlekken. Attributie vertelt je hoe kanalen in een pad samenwerken, maar zegt niets over wat er zonder advertenties ook was gebeurd. Modeling geeft je de grote lijn over een lange periode, maar niet welke campagne je morgen moet aanpassen. Alleen een incrementaliteitstest meet wat advertenties bovenop de organische verkoop toevoegen, en dat is de vraag waar het uiteindelijk om gaat.
Dat laatste is ook de duurste en de lastigste, want je moet er bewust omzet voor opgeven door een deel van je publiek niets te laten zien. Precies daarom slaan de meeste bedrijven het over, en precies daarom weten ze niet of hun advertenties werken.
Sinds 10 september 2026 geeft Google hier zelf een cijfer bij, de Data Strength Uplift: het aantal extra conversies dat je eigen data-inrichting volgens Google heeft teruggehaald, zichtbaar naast je campagnerapportage. Dat is winst, want het maakt een abstract voordeel voor het eerst accountspecifiek.
Met één kanttekening die het vakblad dat erover berichtte zelf al maakt, en die ik niet scherper kan formuleren: de onderbouwende percentages die Google erbij noemt, zijn zelfgerapporteerd, en de metriek is niet onafhankelijk te controleren omdat hij wordt berekend door hetzelfde platform dat er beter van wordt als jij meer data deelt. Gebruik het cijfer dus als richting, en leg het naast je eigen omzet voordat je er een besluit op baseert.
Bron: PPC Land over de Data Strength Uplift, dat Google's aankondiging citeert en er de onafhankelijkheidsvraag bij stelt.
Wat ik zou doen
Vier stappen, en de volgorde is belangrijker dan de snelheid.
- Kijk eerst wat je nu kwijtraakt. Vergelijk je aantal conversies in Google Ads met wat er in je eigen systeem staat. Het verschil is je probleem, en de grootte ervan bepaalt of dit gesprek de moeite waard is.
- Regel je toestemming goed. Niet omdat het moet, maar omdat het de poort is waar alle andere signalen door moeten. Een banner die mensen wegklikken zonder te kiezen, kost je meetbaar meer dan hij oplevert.
- Geef de transactiewaarde door. Van alle negen signalen is dit degene met de kortste weg naar een beter resultaat, omdat het algoritme dan op omzet kan bieden in plaats van op aantallen.
- Meet daarna of het iets deed. Niet aan de conversies in het dashboard, want die gaan per definitie omhoog als je meer signaal doorgeeft. Aan je werkelijke omzet.
Die laatste is de enige die een antwoord geeft. Meer signaal doorgeven laat je rapportage er beter uitzien, en dat is niet hetzelfde als beter verkopen. Het eerste is bijna zeker, het tweede moet je aantonen.
Waar dit ophoudt
Dit gaat over de kwaliteit van je meting en over wat automatisch bieden daarmee kan. Het gaat niet over je aanbod, je prijs of je positionering.
Een algoritme dat perfect weet wie je beste klant is, verkoopt nog steeds niets als de mensen die je bereikt niet willen wat je verkoopt. Betere data maken een goed aanbod beter vindbaar en een slecht aanbod alleen beter meetbaar.
En één ding dat ik niet kan beantwoorden en dat je wel moet regelen: op welke grondslag jouw klantdata naar een advertentieplatform mogen. Dat is een vraag voor iemand met een juridische pet, en het antwoord verandert wat je van dit hele framework kunt gebruiken.
Weet je niet hoeveel je kwijtraakt?
Stuur me je website en wat je nu in Google Ads doet. Ik kijk waar je meting lekt en of dat in jouw geval genoeg scheelt om aan te pakken.
Dominique@framvekst.noJe krijgt binnen drie werkdagen een reactie.
Bekijk mijn contactgegevens